Tips talige begeleidershouding - volwassenen
In elke activiteit kan je volwassenen spontane taalkansen Nederlands geven. Je hoeft daarvoor geen leerkracht te zijn of een ingewikkelde cursus te volgen. Met een positieve houding kan je het Nederlands als verbindende taal stimuleren en zorg je ervoor dat iedereen vlot kan participeren. Als begeleider bezorg je de deelnemers op die manier een fijne ervaring in het Nederlands.
Creëer een veilige en warme omgeving
- Zorg dat je deelnemers op hun gemak zijn. Dat is een voorwaarde om hen taalkansen Nederlands te geven.
- Zorg voor een warm welkom en een herkenbaar aanspreekpunt.
- Forceer niemand. Laat iedereen Nederlands gebruiken op zijn eigen tempo en volgens zijn eigen kunnen.
- Stimuleer wel om Nederlands te praten. Creëer een open sfeer waarin niemand het erg vindt als het Nederlands nog een beetje moeilijk gaat.
- Leg uit waar alles staat en wat je die dag gaat doen.
- Zorg voor een duidelijke structuur. Start bijvoorbeeld altijd met een ‘ijsbreker’ of een kort rondje en sluit af met een uitnodiging voor een volgende activiteit.
Nederlands als verbindende taal
- Moedig deelnemers aan om in het Nederlands te communiceren.
- Erken de thuistalen van je deelnemers, maar bewaak het Nederlands als gemeenschappelijke taal.
- Gebruik andere talen enkel functioneel en individueel, bijvoorbeeld om heel kort iets te verduidelijken voor 1 persoon, en schakel daarna terug over naar het Nederlands.
Pas je taal aan en geef taalkansen
- Bereid je activiteit goed voor. Breng structuur in je uitleg en oefen op voorhand.
- Geef ruimte en tijd om in gesprek te gaan.
- Spreek duidelijk en rustig Nederlands.
- Gebruik eenvoudige zinnen en woorden.
- Benoem alles wat je ziet en doet. Bv. ‘Ik neem nog een koffie. Wil jij er ook één?’
- Ondersteun je taal met gebaren, visueel materiaal, je mimiek …
- Beperk figuurlijk taalgebruik.
- Kan je figuurlijk taalgebruik of moeilijke woorden niet vermijden? Leg ze dan uit.
- Pas je taalgebruik aan het niveau van je deelnemers aan. Geef net genoeg uitdaging, maar maak het ook niet te moeilijk.
- Check of je deelnemers alles begrepen hebben. Laat ze indien nodig de uitleg voor elkaar herhalen of herhaal zelf nog een keer.
Stimuleer interactie, geef spreekkansen
- Stimuleer interactie en participatie. Laat de deelnemers zo veel mogelijk zelf aan het woord.
- Werk als de activiteit het toelaat in kleine groepen of duo’s om de spreekkansen te vergroten.
- Stel open vragen en geef voldoende denktijd.
- Zorg voor variatie in de opdrachten en activiteiten zodat iedereen op zijn niveau kan meedoen.
Ondersteun en geef feedback
- Schrijf indien nodig een woord op of toon een tekening of foto op je gsm.
- Moedig je deelnemers aan en geef een complimentje als ze Nederlands durven te spreken. Die spreekdurf is belangrijk.
- Spreek met je deelnemers af of en op welke manier je hen mag corrigeren. Herhaal het liefst wat ze zeggen in correct Nederlands, zonder expliciet te verbeteren.
- Vat samen en herformuleer, of laat een van je deelnemers dat doen.
“Dankzij de vorming rond talige begeleidershouding zijn onze sportmomenten bij Hallo Nederlands nog sterker geworden als oefenkans Nederlands. De taalkansen zitten nu niet alleen voor en na de les, maar ook echt verwerkt in de sportoefeningen zelf. Dat zorgt voor een duidelijke vooruitgang in het oefenkans-gehalte van onze activiteiten”