Overslaan en naar de inhoud gaan

Hoe goed ken je het talenprofiel van je leerlingen?

Nederlands is de onderwijstaal van de leerlingen, dat hebben ze allemaal gemeen. Maar weet je ook welke andere talen je leerlingen nog spreken? Weet je welke taal ze het liefst spreken, in welke taal of talen ze hun vrije tijd spenderen en hoe goed ze zichzelf inschatten in het Nederlands?

© FatCamera

Wat en hoe?

Bevraag je leerlingen hier eens over, dat levert interessante informatie op voor het schoolteam. En misschien staat het invullen van een enquête in je leerdoelen?

Maak hiervoor tijd in de klas. Je kan leerlingen individueel bevragen via een enquête in je digitaal schoolplatform of via een ander programma (bijvoorbeeld Google Forms). Je kan er ook een groepsoefening van maken (op papier of digitaal) en er zo taaloefenkansen Nederlands aan koppelen.

Bekijk een voorbeeld van een vragenlijst die je kan inspireren.

talenpaspoort

Een talenpaspoort

Laat leerlingen een ‘talenpaspoort’ invullen. De start van het schooljaar is een ideaal moment omdat het invullen ervan en de uitwisseling erover een ideale kennismakingsactiviteit is.

Een talenpaspoort laat leerlingen reflecteren over hun talenrepertoire en tegelijk is het een krachtig instrument voor leerkrachten. Het dient verschillende doelen en toepassingen. Meer uitleg daarover lees je in de instructiefiche voor leerkrachten.

Bekijk de instructiefiche voor een talenpaspoort.

© Xavier Lorenzo

Extra taaloefenkansen

Binnen de verschillende vakken kan zo’n bevraging over het taalgebruik leiden tot interessante gespreksstof. Je creëert bovendien ook verschillende taaloefenkansen.

Hiervoor tijd maken in de les vindt aansluiting bij leerplandoelen rond mondelinge communicatie, taalbewustzijn en taalreflectie, sociale en interculturele competenties en identiteitsontwikkeling. Je creëert bovendien ook verschillende taaloefenkansen.

© Ridofranz

Na het invullen van de vragenlijst

Nadat de leerlingen de vragenlijst invulden, kan je er in de klas heel wat mee doen. Enkele voorbeelden:

  1. Werken met verdeelde informatie: de leerlingen analyseren per groepje een deel van de resultaten en vertellen hun bevindingen aan de andere groepjes.
  2. De leerlingen verwerken hun eigen gegevens in een talenportfolio.
  3. De leraar geeft een les taalbeschouwing waarin één aspect in een aantal talen onder de loep genomen wordt. Hoe gebeurt woordvorming? En beeldspraak?
  4. De leraar gebruikt de resultaten als aanleiding om met leerlingen tot taalafspraken te komen.

Naast het gebruik in de klas kan je het talenpaspoort ook ruimer gebruiken op school: tijdens een portretterende klassenraad, tijdens een oudercontact of voor een vervolgactiviteit in de loop van het schooljaar.