Nederlands leren, oefenen en gebruiken
Verschillende actoren hebben een specifieke opdracht om het Nederlands in de Vlaamse Rand te versterken of spelen daarin via hun reguliere werking een rol. Hoe kunnen we met alle partners op een gelijkaardige manier kijken naar taalkansen Nederlands voor wie de taal leert en daarin ook de ontvangende samenleving betrekken?
Om de maatschappelijke impact op het vlak van taalpromotie Nederlands te vergroten, is het goed om het beleid, doelen en acties op elkaar af te stemmen. Die afstemming is nodig tussen allerlei actoren: partners met een decretale opdracht, de lokale besturen, middenveldorganisaties, scholen, verenigingen ...
Eenzelfde manier van kijken en een gedeeld begrippenkader helpt om tot meer en betere afstemming te komen. Als houvast schuiven we vanuit vzw 'de Rand' de 3 werkwoorden 'leren, oefenen en gebruiken' uit de decretale definitie taalpromotie (decreet integratie en inburgering 2013) naar voor. Die definitie geeft ook aan dat er een rol is weggelegd voor de anderstaligen en de Nederlandstaligen in het taalverwervingsproces Nederlands. Lokale besturen maken vanuit hun regierol keuzes over hoe ze lokaal inzetten op leer-, oefen- en gebruikskansen Nederlands. Een visueel overzicht met de 3 werkwoorden en enkele elementen voor lokale regie helpen om tot bewuste en gerichte keuzes te komen. Er liggen breed in de samenleving taalkansen Nederlands, zowel via expliciete oefenactiviteiten als in het regulier vrijetijdsaanbod, mits aandacht voor onder andere een talige begeleidershouding.
Naast lokale besturen en andere partners die aanbod organiseren of begeleiden, is het nodig om ook brugfiguren (bv. toeleiders, buurtwerkers, CLB-medewerkers en zorgcoördinatoren in het onderwijs, sociaal werkers ...) mee te nemen in de manier van kijken naar taalkansen Nederlands. Als zij goed geïnformeerd zijn over het oefenaanbod voor kinderen op maat voor bijvoorbeeld OKAN-leerlingen, zij-instromers, taalarme kinderen ... én het brede vrijetijdsaanbod met gebruikskansen Nederlands, leiden zij doelgroepen gericht toe. Daarnaast kunnen brugfiguren en scholen ook de ouders meenemen in die manier van kijken zodat ze breder zoeken naar taal- en participatiekansen dan enkel bijlessen Nederlands, taalbaden ... Want elke vrijetijdsactiviteit in het Nederlands biedt taalkansen voor wie Nederlands aan het leren is.