Tips talige begeleidershouding

In elke activiteit in de vrije tijd kan je speelse taalkansen Nederlands bieden. De begeleider kan een taalstimulerende context creëren. Je hoeft geen leerkracht te zijn en geen taalstimulerende activiteiten uit te werken. Je kan wel op je talige houding letten. Met deze tips geef jij elk kind taalkansen en een leuke ervaring in het Nederlands.

Copyright David Legrève

Geef elk kind een goed gevoel: veiligheid en vertrouwen

  • Zorg voor een warm welkom. Wees herkenbaar.
  • Leg uit wat je op de activiteit gaat doen. Dat zorgt voor houvast bij de kinderen.
  • Speel kennismakingsspelletjes. Doe dat ook als kinderen later aansluiten bij de groep.
  • Leer de kinderen kennen. Toon interesse in hun leefwereld en stel vragen.
  • Heb aandacht voor stille kinderen. Sommige kinderen durven in een groep of in een andere taal niet veel zeggen.
  • Forceer en verbeter taalfouten niet. Moedig aan om te praten.
  • Speel enthousiast mee en stimuleer kinderen om mee te doen.

Geef elk kind een goed gevoel: thuistalen

  • Respecteer thuistalen en waardeer elke moedertaal. De thuistaal is een deel van de identiteit van een kind.
  • Bestraf andere talen niet. Pik in en buig om naar het Nederlands.
  • Maak taalafspraken met kinderen, jongeren, begeleiders en ouders.
  • Blijf Nederlands spreken om veel taalkansen Nederlands aan te bieden. Maak een uitzondering voor een kind in gevaar (pijn, angst …).
  • Heb geduld. Laat kinderen zoeken naar woorden of zinnen in het Nederlands. Elk kind leert op een ander tempo Nederlands.
Copyright David Legrève

Zorg voor taalkansen

  • Bied rijke taal aan. Praat en herhaal veel. Herhaling zorgt dat kinderen woorden makkelijker onthouden. Laat de kinderen het onderwerp bepalen.
  • Benoem alles wat je ziet en doet.
  • Speel mee. Als het leuk is, komt taal vanzelf.
  • Daag de kinderen en jongeren uit met moeilijke woorden maar controleer of ze je begrijpen.
  • Stel open vragen om spreekkansen te bieden (wat, wie, waar, wanneer, hoe, waarom …). Geef voldoende tijd om te antwoorden.
  • Creëer interactie en geef taalimpulsen.
  • Stimuleer interactie tussen kinderen en jongeren.
Copyright David Legrève
David Legrève

Zorg voor taalkansen

  • Werk met kleine groepjes.
  • Bied speelse lees- en schrijfkansen (opdracht van spel lezen).
  • Verzorg je taal. Vermijd dialect en articuleer goed.
  • Let op met figuurlijk taalgebruik. Je zegt iets anders dan je bedoelt.
  • Moedig aan om Nederlands te spreken. Oordeel niet als een kind talen mixt.
  • Verbeter taalfouten niet. Geef positieve taalfeedback door te reageren met de juiste woorden in het Nederlands. Lok opnieuw een spreekkans uit.
  • Geef taalkansen tijdens vrije - en routinemomenten (opruimen, toiletbezoek, lunch of pauzes).
Copyright David Legrève

Geef een duidelijke (spel)uitleg

  • Bereid je activiteit goed voor. Breng structuur in je uitleg en oefen op voorhand.
  • Zorg dat de kinderen rustig zijn. Laat ze zitten en plaats je op hun ooghoogte.
  • Ondersteun visueel. Gebruik gebaren. Leg stap voor stap uit.
  • Benoem en gebruik de materialen die jullie gebruiken.
  • Doe dingen voor of laat ze voordoen.
  • Stel open vragen. Maak er iets interactiefs van.
  • Herhaal en leg met andere of transparante woorden uit.
  • Check of iedereen je uitleg begreep. Stel open vragen.
  • Laat kinderen de uitleg herhalen en speel een testronde.
  • Vertaal eventueel individueel. Herhaal in het Nederlands