Overslaan en naar de inhoud gaan

Aandachtspunten bij feedback

Twee personen houden koffie vast

1. Creëer een veilige en vertrouwelijke sfeer

  • Kies een aangename plek en gepast tijdstip om feedback te geven.

  • Zorg ervoor dat je collega zich niet beoordeeld, maar ondersteund voelt.

  • Benoem dat feedback bedoeld is om samen te groeien en te leren.

  • Respecteer de expertise en eigenheid van je collega.

Voorbeeld: “Ik waardeer het dat je taalontwikkelend lesgeven wilt versterken in je lessen. Laten we samen kijken wat al goed werkt en waar nog kansen liggen.”

Twee vrouwen praten met pc in de hand

2. Neem de visie erbij en begin met wat goed gaat (Positieve Feedback)

  • Check op voorhand of de collega weet wat er verwacht wordt op vlak van taalontwikkelnd lesgeven

  • Start met een oprechte waardering van de inspanningen en sterke punten.

  • Geef concrete voorbeelden van wat effectief is in de lespraktijk.

  • Dit versterkt het zelfvertrouwen en opent de collega voor verdere feedback.

Voorbeeld: “Je zorgt ervoor dat leerlingen veel interactie hebben in je les, en dat is echt een belangrijke factor in taalontwikkeling. Ik zag dat je ze in duo’s liet overleggen, dat werkte goed.”

Twee vrouwen praten en wijzen naar pc

3. Geef concrete en observeerbare feedback

  • Vermijd vage of algemene uitspraken zoals "Je moet meer taalsteun geven".

  • Geef feedback gebaseerd op specifieke observaties.

  • Gebruik voorbeelden uit de les om duidelijk te maken wat je bedoelt.

Voorbeeld: In plaats van "Je moet leerlingen meer stimuleren om vaktaal te gebruiken", zeg je: "Ik merkte dat leerlingen veel in alledaagse taal antwoorden. Misschien kun je hen stimuleren door modellen te geven van hoe ze vaktaal kunnen gebruiken?"

Vrouwen praten met handgebaren

4. Maak de feedback dialogisch en reflectief

  • Stel vragen die de collega aan het denken zetten in plaats van alleen instructies te geven.

  • Laat de collega zelf reflecteren op de les en mogelijke verbeteringen.

  • Vraag na hoe de feedback aankomt.

Voorbeeld: “Hoe denk je dat de manier waarop je vragen stelt invloed heeft op hoe leerlingen taal gebruiken in de klas?”

Man en vrouw kijken geconcentreerd op Ipad

5. Focus op wat verbeterd kan worden (opbouwende kritiek)

  • Formuleer suggesties als mogelijkheden, niet als verplichtingen.

  • Geef concrete en haalbare suggesties voor verbetering.

Voorbeeld: “Een mogelijkheid zou zijn om meer visuele ondersteuning te geven bij moeilijke begrippen, zoals een woordmuur of pictogrammen. Zou dat kunnen helpen?”

Twee vrouwen bekijken papieren en glimlachen

6. Pas de feedback aan op het niveau en tempo van de collega

  • Houd rekening met de ervaring van de collega met taalontwikkelend lesgeven.

  • Bied feedback aan in kleine, haalbare stappen. Je hoeft niet alles in 1 keer te zeggen.

  • Zorg ervoor dat de collega niet overweldigd raakt door te veel veranderingen in één keer.

Voorbeeld: “We zullen nu eerst focussen op het aanbieden van taalsteun en later komen interactie en context aan bod. ”

Man denkt achter pc

7. Laat ruimte voor vragen en reflectie

  • Vraag hoe de collega de feedback ervaart en of er vragen zijn.

  • Moedig aan om samen na te denken over alternatieve strategieën.

Voorbeeld: “Hoe zie jij dit zelf? Zijn er dingen die je anders zou willen proberen in je volgende les?”

Collega's praten en glimlachen

8. Bied ondersteuning en volg op

  • Bied aan om samen een lesvoorbereiding te bekijken of een vervolgobservatie te plannen.

  • Laat weten dat je beschikbaar bent om mee te denken.

Voorbeeld: “Wil je dat we samen eens een lesopzet maken waarbij we naast lesdoelen ook taaldoelen formuleren? Ik help je graag!”

Door deze aandachtspunten te volgen, zorg je ervoor dat je feedback constructief, motiverend en bruikbaar is, zodat je collega zich gesterkt voelt om verder te groeien in taalontwikkelend lesgeven.