submenu

Taalpromotie - Tips duidelijk gesproken taal

Nederlandstalige inwoners van de gemeente spelen een grote rol in het integratieproces van anderstaligen. Wij vragen hen dan ook om mensen die Nederlands leren of geleerd hebben te helpen. Door anderstaligen uit te nodigen in hun club of vereniging, maar ook door geduldige gesprekspartners te zijn.

Een nieuwe taal leer je het best als je ze veel spreekt. Wie anderstaligen wil helpen als ze hun Nederlands willen oefenen, vindt hieronder enkele tips die de communicatie met anderstalige buren, collega’s, klanten … kunnen verbeteren, ook als die het af en toe wat moeilijk hebben met het Nederlands. 

Duidelijk gesproken taal

• Schakel niet te snel over op een andere taal. 
Ontneem de anderstalige de kans om zijn Nederlands te oefenen niet. Moedig hem aan om het in het Nederlands te proberen. 


• Spreek langzaam en articuleer goed.

Blijf wel natuurlijk spreken en maak geen grammaticale fouten. 


• Gebruik gebaren die je uitleg ondersteunen.
Wees voorzichtig met taal- of cultuurgebonden gebaren (bv. een cirkeltje maken met je duim en wijsvinger om 'OK' te zeggen - in sommige culturen betekent dat iets helemaal anders). 


• Gebruik eenvoudige woorden en synoniemen.
Gebruik bv. woorden die in meerdere talen bijna hetzelfde zijn, zoals annuleren in plaats van afzeggen, of telefoneren in plaats van bellen. 


• Vermijd dialectwoorden en spreektaal.
Bijvoorbeeld: Zeg elastiekje in plaats van rekker - balpen of pen in plaats van bic.


• Hertaal. Leg iets uit in andere woorden.
Wees voorzichtig met zinnen of woorden die je niet letterlijk moet nemen (bv. spreekwoorden of vergelijkingen). 


• Geef de anderstalige de tijd om even te zoeken naar zijn woorden.
Zeg niet te snel iets voor en stel open vragen om na te gaan of de anderstalige alles heeft begrepen.


• Geef de Nederlandse vertaling van woorden die de anderstalige in een andere taal zegt.

Bijvoorbeeld: ‘Kan ik hier sacs poubelle kopen?’, ‘Welke vuilniszakken heeft u nodig? Blauwe, groene of bruine?


• Wijs voorwerpen waarover je spreekt aan.

Je kan ook foto's, voorwerpen of prenten gebruiken om te tonen wat je precies bedoelt. 


• Zeg niet dat iets fout is, maar corrigeer op een positieve manier. 

Bijvoorbeeld: ‘In hoeveel stationen stopt de trein?’, ‘In vijf stations.’

 

Download hier de A5 met tips duidelijke taal (pdf)

A5 met tips bestellen: karen.stals@derand.be


Informatie over workshops en infosessies onthaal van anderstaligen en duidelijke taal voor sportclubs en verenigingen in de Vlaamse Rand.

Het Agentschap Integratie en Inburgering geeft vormingen duidelijke taal. 

Tips duidelijk gesproken taal - filmpje