submenu

Taalpromotie - Tips duidelijk geschreven taal

Veel mensen die het Nederlands niet als moedertaal hebben, willen het graag leren. Een nieuwe taal leer je het best als je ze veel oefent. Wil je helder en toegankelijk communiceren met anderstaligen? Dat kan! Je vindt hieronder enkele tips die de schriftelijke communicatie met je anderstalige collega’s, klanten, leden, ouders, bezoekers … kunnen verbeteren, ook als ze het af en toe wat moeilijk hebben met het Nederlands.

DUIDELIJK GESCHREVEN TAAL

• Spreek je lezer aan met ‘je’. 
Richt je rechtstreeks tot je lezer en vermijd zeker het verouderde 'men'. 


• Schrijf zoals je vertelt. Houd het simpel. 

Gebruik frisse en alledaagse woorden. Vermijd typische schrijftaal of ouderwetse woorden (bv. woonachtig, werkzaam, bekomen) en zinsconstructies (gelieve te ...). 


• Schrijf actieve zinnen. Vermijd de passieve vorm (geen zinnen met ‘worden’).

Bijvoorbeeld:
NIET: De kinderen worden vanaf 7 uur onthaald in het gemeenschapscentrum.
BETER: Je kan je kinderen vanaf 7 uur naar het gemeenschapscentrum brengen.


• Schrijf korte zinnen. Vermijd bijzinnen of omslachtige formuleringen.
Je hoeft niet alle informatie in één zin te steken. 


• Zorg voor een duidelijke, logische structuur. 

Je lezer wil snel de relevante informatie vinden: wie – wat – waar – wanneer – hoe?


• Gebruik korte alinea’s en duidelijke titels. Laat voldoende ruimte tussen de verschillende alinea’s. 

Op die manier moet je lezer geen te grote stukken tekst verwerken en zorg je voor 'rustpunten' in je tekst. 


• Gebruik ‘transparante’ woorden. Sommige woorden zijn gemakkelijker ‘herkenbaar’.

Bijvoorbeeld: ‘annuleren’ in plaats van ‘afzeggen’ – ‘auto’ in plaats van ‘wagen’


• Verduidelijk je tekst met pictogrammen, foto’s of illustraties.

Pictogrammen en enkele voorbeeldteksten

meer pictogrammen: www.sclera.be


• Vermijd zinnen of woorden die je niet letterlijk moet nemen (= figuurlijk taalgebruik) of vaktaal. Wees dus voorzichtig met spreekwoorden, humor, vergelijkingen …
Bijvoorbeeld:
NIET: een ander paar mouwen, iets onder de knie krijgen. 
BETER: dat is iets anders, iets leren (kennen)


• Beperk je tot de essentie. Schrap overbodige informatie.

Te veel extra informatie kan je lezer verwarren. 

 

EXTRA TIP

•  Lees je tekst altijd na, of laat iemand anders hem even nalezen. 

CHECK:

  • Kan je lezer de tekst na 1 x lezen begrijpen? 
  • Staan er geen spel- of grammaticale fouten in? 
  • Vind je lezer snel de informatie die hij nodig heeft? 
  • Is het duidelijk wat jij van je lezer verwacht? 

 
A5-flyers met tips bestellen? karen.stals@derand.be
 

Informatie over workshops en infosessies onthaal van anderstaligen en duidelijke taal voor sportclubs en verenigingen in de Vlaamse Rand.

Ook het Agentschap Integratie en Inburgering geeft vormingen over duidelijke taal.